8 april 2012 “Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret” (BWV 31)

Michaëlscantate

Tijd: 16:30
Liturg: Ds Jaap van Slageren
Uitvoerenden: Michaëlscantatekoor en orkest Musica Michaelis, o.l.v. Toon Hagen, Pauline van der Werff (sopraan), Govert Valkenburg (tenor) en Bert van de Wetering (bas).

De cantate ‘Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret’ (BWV 31) is in het jaar 1715 geschreven voor een grote feestelijke orkestbezetting. In de eerste drie delen wordt de opstanding van Jezus voluit gevierd.

De cantate opent met een feestelijke instrumentale sonata. In het tweede deel is in de koorpartij goed hoorbaar dat de hemel lacht. Vanaf het vierde deel richt de dichter, Salomon Frank, zich tot de individuele toehoorder. In de taal van zijn tijd wekt de dichter de christen op ‘geestelijk op te staan’ en ‘de oude mens af te leggen’ (deel zes). Wie Jezus volgt moet met hem lijden om met hem zijn heerlijkheid in te gaan (deel zeven). Zo loopt de vrolijke paasjubel van de eerste delen uit in een mythisch doodsverlangen, bezongen in het slotkoraal. Dit is de vijfde, later door Nicolaus Herman toegevoegde, strofe van het koraal ‘Wenn mein Stündlein vorhanden ist’ die niet in gezang 270 in ons liedboek voor de kerken opgenomen is. Deze gedachte, die ook in onze tijd nog moeilijk te volgen is, komen we ook tegen in de bekende passionen van Bach. Kortom, een cantate met grote contrasten.